Hebben we een overheid nodig?

Imre Wessels
February 23, 2021
Als we een stap terugzetten en kijken naar de afgelopen tweehonderd jaar dan zijn er radicale veranderingen geweest. Slavernij is vrijwel overal afgeschaft, democratie is wijdverbreid, oorlogen komen minder voor en de armoede in de wereld is nog nooit zo laag geweest.

English

Dat roept de vraag op wat de toekomst gaat brengen. De schrijver Francis Fukuyama stelde ooit dat we zijn beland aan het ‘einde van de geschiedenis’. Zijn stelling was destijds dat de ‘liberale democratie’ heeft gewonnen en dat dit zo blijft tot het einde der tijden. Maar wat als er nog volop veranderingen gaan komen? Wat als er een beter alternatief is op de status quo? Wat als we zelfs zonder een overheid kunnen?

Het is niet mijn doel om nu ieder bezwaar tegen een stateloze samenleving te weerleggen. Mijn doel is om een aantal argumenten te verkennen die stateloosheid aannemelijker maken.

De overheid kost steeds meer

Een overheid heeft een geweldsmonopolie. Ze kan ongelooflijk veel geld verspillen en nooit failliet gaan omdat ze altijd meer kan afpersen. Mocht er nog geld tekortkomen dan kan de overheid zichzelf financieren met de geldpers. De overheid heeft geen enkele reden om efficiënt om te springen met belastinggeld.

Tijdens verkiezingen werd ons altijd verteld dat linkse partijen hogere overheidsuitgaven en belastingen willen. Daarentegen willen rechtse partijen de belastingen en uitgaven verlagen. Beide verhalen zijn sprookjes. De realiteit is dat we steeds meer belasting betalen maar er steeds minder voor terugkrijgen.

Onderzoek van het SCP berekende dat de overheid steeds meer kost terwijl de dienstverlening erop achteruitgaat. Vroeger had de overheid een breder takenpakket. Zo organiseerde vadertje staat de post, het telefoonnetwerk, was onderwijs ‘gratis’ en hadden we een groot leger, mochten de Russen aanvallen. 

Tegenwoordig zijn veel taken geprivatiseerd en worden er alsmaar hogere bijdrages gevraagd in het onderwijs en de zorg. Zowel de belastingen als de overheidsuitgaven zijn hoger geworden. De overheid doet minder maar kost steeds meer.

De overheid maakt mensen afhankelijk  

Je kunt welvaart niet vergroten door het te verdelen. Toen de verzorgingsstaat begon betaalden we allemaal een beetje belasting en trokken de kar voor mensen die hulp het meest nodig hadden. Maar na verloop van tijd sprongen steeds meer mensen op de kar. Tegenwoordig maakt ruim de helft van alle huishoudens in Nederlands gebruik van minimaal één overheidsregeling.

Laat de onderstaande afbeelding op je inzinken. De belastingdruk voor de hogere inkomens ligt boven de 50% terwijl die van lagere inkomens boven de 40% ligt. Iemand met een minimumloon verliest ruim 650 euro per maand aan belastingen. We zouden minder overheidsafhankelijke mensen hebben in Nederland als de belastingen lager waren.

Belangrijk om op te merken is dat dit nog niet eens een idee geeft van werkelijke belastingdruk. Er zijn ook talloze belastingen die de kostprijs van producten opdrijven (invoerrechten, accijns op brandstof, etc.). Deze kosten worden uiteindelijk doorbelast aan de consument. De werkelijke belastingdruk is daarmee hoger dan de bovenstaande afbeelding weergeeft.

Tijdens iedere verkiezing zien we politici optreden als veilingmeesters in gestolen goederen: ‘stem op mij en ik geef je geld en laat anderen betalen’. De overheid is de fictie waarbij iedereen op de kosten van de ander probeert te leven. En van al het geld dat herverdeeld wordt blijft ook voldoende kleven binnen de ministeries, werkgroepen en commissies. Alleen al bij de belastingdienst werken ruim 30.000 ambtenaren.

De overheid verkleint vrijheid  

De Amerikaanse econoom Bryan Caplan schreef in zijn boek ‘The Myth of the Rational Voter’ dat kiezers ‘rationeel onwetend’ zijn. Dit wil zeggen dat kiezers zich bewust niet informeren. De ‘kosten’ om jezelf goed te informeren zijn veel groter dan de voordelen die je eruit kunt halen.

De kans dat jouw stem een zetel verschil maakt tijdens de verkiezingsuitslag is kleiner dan de kans dat je onder de auto komt op weg naar de stembus. Ruim de helft van kiezers beslist pas in de week voor de verkiezing op welke partij zij zullen stemmen. En ongeveer 10% beslist pas in het stemhokje. Vrijwel niemand vergelijkt verkiezingsprogramma’s.

Dat staat in scherp contrast met wanneer mensen keuzes maken waarbij zij zelf de gevolgen voelen. Als iemand een nieuwe koelkast wil kopen dan worden collega’s en vrienden om advies gevraagd en wordt er een prijsvergelijkingswebsite bezocht.

Bij het voorbeeld met de koelkastaankoop beslis je 100% zelf en ben je ook 100% verantwoordelijk voor de gevolgen. Daarom maken mensen beter geïnformeerde koelkastaankopen dan wanneer ze kiezen over de toekomst van het land. 

Omdat democratie de kiezer machteloos maakt hebben lobbygroepen vrij spel om voordelen te bedingen. De grootste lobbygroep die gebruik maakt van de onwetendheid van de kiezer is de ambtenarij.

Uit een enquête van Binnenlands Bestuur blijkt dat bijna een derde van ambtenaren lid is van een politieke partij. Er zijn in Nederland ruim 900.000 ambtenaren, waarvan 300.000 partijlid zijn. Het aantal ambtenaren dat lid is van een politiek partij komt nagenoeg 100% overeen met het totaal aan mensen die lid zijn van een politieke partij. Vrijwel ieder partijlid werkt voor de overheid. En zij gaan dus nooit beleid voorstaan dat hun eigen baan overbodig maakt. 

Nog een voorbeeld: het overgrote deel van het EU-budget gaat op aan landbouwsubsidie. Stel dat je deze subsidies wilt afschaffen. Je kunt brieven schrijven aan politieke partijen, een actiegroep starten, protesten organiseren, opinie schrijven, etc. – maar zelfs als je succes hebt dan heb je er enorm veel tijd aan besteed terwijl de potentiële besparing slechts paar een tientjes per maand zijn. Niemand gaat daarvoor de straat op. Met uitzondering van de lobbygroepen.

Democratie haalt de keuzevrijheid weg van het individu en hevelt het over naar het collectief. Hoe meer democratisch besloten wordt, hoe kleiner jouw vrijheid. 

Er is een alternatief

De overheid is inefficiënt, vermindert de welvaart en democratie heeft tal van mankementen. Churchill stelde ooit dat democratie de slechtste regeringsvorm is, op alle andere regeringsvormen die al geprobeerd zijn na. Democratie wordt vaak gezien als het tegenovergestelde van een dictatuur. Maar democratie is zelf een vorm van dictatuur – de dictatuur van de meerderheid.

Een alternatief is een systeem genaamd ‘anarcho-kapitalisme’. De econoom Murray Rothbard beschreef anarcho-kapitalisme in zijn boek ‘For a New Liberty: The Libertarian Manifesto’. In de visie van Rothbard zouden beveiligingsbedrijven de rol overnemen van de politie. Mensen zouden een premie betalen voor hun beveiligingsbedrijf of dat samen inkopen via een vereniging van huiseigenaren. Private arbitrage neemt de rol van rechtbanken over. Scholen, wegen en de zorg worden volledig geprivatiseerd.

Klinkt vreemd? Voordat we dit idee terzijde leggen moeten we een gedachtenexperiment uitvoeren. Stel dat je een paar honderd jaar terug in de tijd gaat om een democratie op te zetten:

‘In een democratie hebben we iedere vier jaar vrije verkiezingen. De macht is voor de groep die de meeste stemmen krijgt en iedereen krijgt een stem. Na vier jaar mag er weer gestemd worden en kan een andere groep de macht krijgen.’

Zo’n voorstel wordt direct weggelachen want ‘niemand zal de macht vrijwillig opgeven’. Maar toch ‘werkt’ democratie in de zin dat machtswisselingen vrijwel altijd geweldloos zijn.

Omdat iets eerst raar klinkt wil nog niet zeggen dat het niet werkt. Anarcho-kapitalisme is nog nooit uitgeprobeerd, net zoals een moderne democratie ook een relatief nieuw idee is.

Het is goed mogelijk dat anarcho-kapitalisme, zodra het ooit uitgeprobeerd wordt, zich net zo snel zal verspreiden als democratische bestuursvormen dat deden de afgelopen 200 jaar. Ideeën die ooit radicaal leken zijn tegenwoordig de standaard en er is alle reden om te denken dat ideeën die nu radicaal zijn in de toekomst de standaard worden.

Dit artikel is eerder hier gepubliceerd.